Een niet zo goed begin is...?

Auteur: Gepubliceerd op: 
Co-column

Een oude traditie in een nieuw jasje gestoken: de co-column is weer terug, hoera! Ik neem het stokje over van onze ex-commissiegenoot Maarten en zal proberen jullie net zo te boeien met spannende ervaringen in de kliniek. 

Op maandag 3 december begon het echte werk: mijn allereerste co-schap op de traumatologie in het UMCG. Om 6 uur wakker worden was wel even wennen. Uiteraard had het gesneeuwd, wat het extra spannend maakte om op tijd te komen. Gelukkig zat ik anderhalf uur later in een zaal vol belangrijke chirurgen naast mijn medeco’s op de eerste rij te bibberen. En nee, niet van de kou. Pure angst was het. Ik weet niet veel meer van die dag, behalve dat ik een arts heb weten te verwonden, wat best wel knap is op een eerste dag, toch? Iedereen wist meteen wie ik was en dat zou in een normale situatie geweldig zijn. Maar meteen bekend zijn omdat je een arts met je hechtnaald hebt geprikt is niet echt het allerbeste wat je op je eerste dag kan overkomen. Na deze eerste traumatische ervaring op de traumatologie kon het natuurlijk alleen maar de goede kant op en gelukkig is dat ook gebeurd. Ik heb verder niemand verwond en niets laten ontploffen.

Bij de traumatologie mag je een week avonddiensten lopen op de CSO. Er waren avonden dat er nog meer gebeurde op de SEH in het televisieprogramma dat aanstond in de koffiekamer dan bij ons op de afdeling zelf. Maar ik had het ‘geluk’ dat het die week veel sneeuwde, waardoor er alsnog veel fietsers of schaatsers werden binnengebracht met allerlei botbreuken. In een mum van tijd leerde ik de afdeling kennen en diagnosticeerde ik zelf patiënten. Het is echt wel tof wanneer je een aios vertelt dat je een fractuur in het os scaphoideum van de rechterhand vermoedt, hij er de röntgenfoto bijpakt en je bevestigt. SCORE! Maar het allerleukste was dat een jongetje van 5 jaar na een uur brullen met een gelijmde wang naar huis mocht en ik hem mijn naam hoorde roepen in de gang. True love dus.

In de andere ‘normale’ weken was mijn taak op de afdeling als co-assistent vooral dat ik patiënten opnam voor operaties, klusjes opklaarde, achter de kont van een chirurg/anios/aios aanliep (bijna tot aan de WC) of ronddwaalde op OK op zoek naar de juiste Een niet zo goed begin is..? operatie op het juiste tijdstip bij de juiste chirurg. De thuisbasis was de artsenkamer, met mooi uitzicht op de hoofdingang. De hele dag hing de geur van de AH-to-go-broodjes, koeken en croissants in de kamer. Ook hadden we perfect uitzicht op de oliebollenkraam, die ons iedere dag weer lokte met lekkernijen. Dan zat ik daar regelmatig in die kamer te dromen over een oliebol of een gevulde koek, totdat een verpleegkundige mij uit mijn droom haalde met de mededeling ‘er is een infuus gesneuveld, kan jij even een nieuwe prikken’. Weg droom, weg oliebollen, hallo realiteit. Waarom moest dat infuus nou net sneuvelen op het moment dat ik daar zat? Angstig liep ik naar de kast met de infuusspullen, hoe moest het ook alweer? Ik hoor de docent nog in mijn hoofd: ‘Iek ga nu laat zjien hoe invuus priek moet, ischnie moeluk.’ Oke, ik ga het gewoon doen, hoe moeilijk kan het zijn?

Ik kom trillend aan bij de patiënte. En mijn hoofd: helemaal leeg. Dan ligt daar een echte arm, van vlees en bloed. Dat is wel even anders dan zo’n plastic arm met ranja erin. Ik kijk naar haar arm. Geen vat te zien. Ik voel aan haar arm. Geen vat te voelen. Ik wil het graag leren, maar ik wil haar niet lekprikken. Hellup, wat nu? Ik tril van de zenuwen. ‘Ben je zenuwachtig meisje?’ vraagt de patiënte. ‘Nee, ik heb het koud’, antwoord ik. Waarom lieg ik nou? Natúúrlijk ben ik zenuwachtig. En ik heb het bloedheet. Het zweet staat op mijn bovenlip en ik voel mijn wangen roodgloeien. ‘Oke, ik ben wel zenuwachtig. En ik heb dit nog nooit gedaan. Ik haal er voor de zekerheid een arts bij.’ Na lang stoeien lukte het hem ook niet. Een stiekem opgelucht glimlachje mocht daar wel vanaf vond ik, want dan had ik in ieder geval niet het idee dat ik niets kon. Gelukkig kan ik met trots mededelen dat ik meerdere malen daarna een perfect lopend infuus heb ingebracht. Er is dus nog hoop voor iedereen! En als het een keer niet lukte dacht ik gewoon: ‘dit is mijn eerste coschap en er is nog veel te leren.’ Helaas is nu mijn eerste coschap voorbij en kan ik dat bij mijn volgende coschap niet meer als excuus gebruiken. Dan kan ik twee dingen doen: nieuwe excuses gaan bedenken of me er gewoon bij neerleggen dat ik nog niet alles kan. En ik denk persoonlijk dat de tweede optie de beste is. Of dat ook zo is gaan jullie lezen in de volgende Panessay. Spannund!