Tunnelvisie

Auteur: Gepubliceerd op: 
Co-column

We zijn weer een aantal weken verder. De meesten van jullie hebben zich in ruim twee maanden vakantie volledig kunnen ontspannen en zijn weer opgeladen voor het nieuwe jaar. Mijn batterij was echter nog vrij leeg toen de vakantie na twee weken alweer voorbij was. Maar niets aan te doen, de kliniek wachtte met smart op een nieuwe coassistent! En wat bleek? Die dook de tunnel in en kwam er bijna niet meer uit.

Tijdens de master kom je de term tunnelvisie veelvuldig tegen: het overkomt iedereen wel eens dat ze de tunnel in duiken. Dat is op zich ook niet heel gek als we constant casussen krijgen over een patiënt met diabetes mellitus type 2 die sinds enkele weken het gevoel heeft op kussentjes te lopen en een wond heeft aan de voet. Of een patiënt met pijn in de rug uitstralend naar het been tot in de grote teen, met een positieve Lasègue, etc. Toch merk ik dat het in de kliniek lang niet altijd ook echt die diabetische voet of hernia blijkt te zijn. De ziekten gedragen zich lang niet altijd volgens het boekje. Hoe moeten wij dan als jongelingen in het vak het onderscheid kunnen maken tussen het meest voor de hand liggende en de House-diagnose?

Natuurlijk helpt het om brede DD’s te maken. Je wordt er al vanaf jaar 1 mee doodgegooid. Dan ben je al blij dat je überhaupt één diagnose weet op te brengen tijdens je tutorgroep en dan moet je er alsnog meer gaan zoeken. Het lijkt op zo’n moment misschien vervelend en wil je je tutor het liefst van de derde verdieping afgooien, maar het is dus lang niet altijd overbodig. In de loop der jaren leer je steeds beter om structureel DD’s te maken en breder te denken. Je zou dan denken dat de tunnelvisie langzamerhand verdwijnt. Maar hoe kan het dan dat mensen in de KTC-periode constant de oogkleppen opzetten en geen kant meer uitkijken behalve rechtvooruit? Dat heeft natuurlijk te maken met de eenvoud van de gepresenteerde casus die precies volgens het boekje is, maar ook heeft het te maken met de voorbereiding van de student. Hoe meer je het voorbereidt, hoe meer informatie je over verschillende diagnoses te weten komt en hoe breder je DD is. I know, het klinkt flauw, maar het is wel zo. Toch heb je je soms écht goed voorbereid (ja dat komt echt voor, soms...) en dan duik je alsnog de tunnel in. Wáárom? Omdat je geen ervaring hebt en je waarschijnlijk nog nooit een patiënt met dat probleem in het echt gezien hebt. Dat scheelt natuurlijk een hoop. 

Ik loop momenteel op de reumatologie en ik denk bij iedere polipatiënt: reumaaaaa. En geloof het of niet, ik heb in die twee weken pas één reumatoïde artritis gezien! Als tip geef ik dan ook mee: focus je niet te veel op de verwijzing en het specialisme waar je zit. En als je iets toch verwacht, bedenk dan ook altijd wat het nog meer kan zijn! Zo stel ik voor mezelf tegenwoordig de eis dat ik minstens 3 DD’s moet hebben voordat ik naar de arts mag gaan om zijn/haar mening te vra gen. En ja, dan zit ik soms een uur achter de computer vurig opzoek naar een bijzondere diagnose die alle klachten dekt. Maar daar leer je wel van, uiteraard. En met deze laatste zin sluit ik weer een überwijze les af.