“Jij studeert toch geneeskunde?”

Auteur: Gepubliceerd op: 
Co-column

Daar zit je dan, lekker onderuitgezakt op de bank op een feestje. Even helemaal niets, na een lange week coschappen zonder ook maar enig daglicht op je tedere huidje gehad te hebben. Dan is er vrijwel altijd iemand die binnenkomt en na vijf minuten begint over een ziekte, een behandeling of iets anders medisch gerelateerd. En hup: binnen één seconde zijn alle ogen automatisch op jou gericht. Want ja, jij studeert toch geneeskunde?!

Ik voel me altijd erg ongemakkelijk in zo’n situatie, want dan krijg ik meteen het gevoel dat ik moet presteren. Blijkbaar vinden zij mij de expert en verwachten ze direct een House-achtige reactie. Best een compliment dat ze mij de expert vinden, maar vaak voel ik me alles behalve. Ik vraag me af wat jullie dan op zo’n moment doen. Ga je de uitdaging aan of wuif je het weg? Eigenlijk wil ik altijd het liefst zeggen dat het ongepast is om dat op zo’n moment aan een persoon als ik te vragen. Maar vaak zeg ik dat ik er nog geen onderwijs over heb gehad. Teleurgesteld draaien dan die koppies weer weg en gaat iedereen weer door met het roddelen over de hond van de buurvrouw. Blijkbaar heb ik gefaald.

Ik kreeg de vraag “Jij studeert toch geneeskunde?” al een paar keer in het eerste jaar van mijn bachelor. Ik wist toen net het verschil tussen een macrofaag en lymfocyt en tussen distaal en proximaal. Blijkbaar denkt men dat je als eerstejaars alles al weet, want ik kreeg op een gegeven moment de vraag wat te doen bij herhaalde bloedneuzen. “Uuhm,” dacht ik toen na een honderdste seconde, “misschien naar de huisarts gaan?” Ze is toen naar de huisarts gegaan en was me erg dankbaar. Om zoiets te bedenken hoeft men op zich geen geneeskunde te studeren, dacht ik zo. Maar toch is het blijkbaar interessant en voelt het vertrouwelijk om het zelfs al van een eerstejaars geneeskundestudent te horen, ook al weet diegene nog niets en heeft die geen ervaring. Het enige wat die student tot dan toe gedaan heeft is namelijk brak achter een microscoop naar cellen kijken – en het duurde gemiddeld vijf lessen voordat er überhaupt met twee ogen tegelijk scherp beeld te zien was – en leervragen in zijn/haar hoofd stampen.

Nog zoiets. Ik ging in mijn eerste jaar naar de huisarts om advies te vragen over een klein kwaaltje. Vervolgens kijkt de huisarts me raar aan dat ik met zo’n ‘simpel’ probleem naar haar toe kom. Ik kreeg de opmerking dat ik dit zelf toch ook wel kon bedenken omdat ik geneeskunde studeerde. Want ja, blijkbaar wist mijn huisarts alles al toen ze net klaar was met blok 1.1. Ook merkte ik dat zodra een arts wist dat ik geneeskunde deed, er een knop omging en hij vrijwel meteen zei dat hij het niet meer hoefde uit te leggen omdat ik het toch allemaal al wist. Vanaf toen ben ik een stuk terughoudender geworden om te vertellen wat ik studeer. Best chill om het even aan je uit te laten leggen in ‘babytaal . Zo weet je ook meteen hoe jij het het beste aan patiënten moet vertellen!

Sinds ik in de master zit en meer weet (ik weet nu namelijk al het verschil tussen een T-lymfo en een B-lymfo!) kan het ook wel verleidelijk zijn om je medische oordeel te vellen bij familie en vrienden. Het geeft bij mij best een kick als ik iemand goed advies kan geven over iets medisch of ik een waarschijnlijkheidsdiagnose stel na een verhaal van iemand. Een beetje oefenen buiten de praktijk kan dan op zich geen kwaad (hechten oefenen op je vriendje moet je echter niet doen, ik herhaal, niet doen). Maar toch zeg ik in zulke situaties altijd dat ze alsnog naar de huisarts moeten gaan, want je bent immers nog geen arts en nu nog een mens. En mensen maken nou eenmaal wel eens fouten.*

jonge dokter

Kortom, wij geneeskundestudenten hebben het zwaar. Er wordt veel van ons verwacht. Niet alleen in het ziekenhuis, maar ook erbuiten. En nee, niet alleen met bier drinken, pubquizzen en vroeg opstaan. Ook hebben we het zwaar met de keiharde waarheid: eenmaal een arts (in spe), altijd een arts.

 

* Volgens de tuchtrechtpagina in Medisch Contact maken artsen soms ook fouten.